Menu

De ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson is een relatief veelvoorkomende hersenaandoening. In 2016 werden 94.300 mensen met Parkinson geregistreerd bij de huisarts. Het begint meestal op latere leeftijd (tussen 50 en 60 jaar), en treft dus vooral ouderen. Toch is een klein deel van de patiënten, ongeveer 10%, jonger dan 40 jaar. (Bron: Hersenstichting)

De ziekte van Parkinson wordt gekenmerkt door trage bewegingen, spierstijfheid, moeite met lopen en met het bewaren van het evenwicht. Veel mensen met deze ziekte krijgen ook last van trillingen, de z.g. tremor. Naast stoornissen in het bewegingsapparaat kan Parkinson ook veranderingen veroorzaken in niet-motorische hersenfuncties zoals gedrags- en cognitieve problemen.

Op het cellulaire niveau is de ziekte van Parkinson het resultaat van het verlies van dopamine-producerende cellen in het hersengebied dat de substantia nigra pars compacta (de zwarte kern) heet, en dat in de middenhersenen ligt. Er moet wel een flink aantal cellen, zo’n 40 procent, verloren gegaan zijn voordat de symptomen zich aandienen, wat erop wijst dat de hersenen mogelijk een manier hebben om de symptomen lange tijd af te houden. Uiteindelijk laten die mechanismen het afweten, of het verlies aan cellen bereikt een kritiek punt, waarna de hersenen dat niet langer kunnen compenseren.

de Oorzaak

Hoewel we de oorzaak van Parkinson nog niet kennen, zijn de meeste onderzoekers het er wel over eens dat er zowel genetische factoren als omgevingsfactoren zijn die bijdragen aan het beschadigd raken en het uiteindelijke verlies van deze dopamine-producerende cellen. Hoewel de meeste gevallen van Parkinson niet op erfelijkheid gebaseerd lijken, zijn er bepaalde situaties waarin erfelijke factoren wel een rol spelen. Er zijn bijvoorbeeld onderzoeken die erop wijzen dat gevallen van vroege Parkinson wel op erfelijkheid gestoeld kunnen zijn. Onderzoek van verschillende verschijningsvormen van de ziekte zou hier aanwijzingen over kunnen geven, en ook uitzicht kunnen bieden op mogelijke nieuwe behandelwijzen.

RGMA

Eerdere onderzoeken hebben aangetoond dat de aanwezigheid van het eiwit RGMa sterk verhoogd is in de zwarte kern van parkinsonpatiënten. Dit eiwit heeft een rol in de vorming van zenuwvezels en verbindingen tussen zenuwcellen. Naar aanleiding hiervan bracht een team van onderzoekers onder leiding van Joost Verhaagen van het Nederlands Herseninstituut in gezonde muizen het RGMa eiwit in de dopamine producerende cellen van de zwarte kern tot expressie. Zij zagen dat de motoriek van de muizen hierdoor sterk werd verstoord en ook stierven zenuwcellen in de zwarte kern af net zoals bij de ziekte van Parkinson. Verhaagen: “het lijkt erop dat een teveel van het RGMa eiwit bij parkinsonpatiënten de verbindingen tussen dopamine producerende cellen en andere zenuwcellen aantast en zo het afsterven van deze cellen tot gevolg heeft.”

Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen of het neutraliseren van dit eiwit van therapeutische waarde kan zijn voor Parkinsonpatiënten.

Deze tekst is gebaseerd op een artikel van BrainFacts.org – Society for Neuroscience.
Vertaling: Wilma Verweij