Menu

MRI

Met MRI (Magnetic Resonance Imaging) kunnen 3D beelden gemaakt worden van organen en structuren in het lichaam. Dit kan zonder dat er gebruikt gemaakt hoeft te worden van röntgen of andere straling. De techniek is niet belastend en is uniek in de mate van detail die het kan weergeven.

Wetenschappers gebruiken MRI om te zien wanneer in een ziekteverloop er structurele afwijkingen ontstaan, hoe deze afwijkingen zich vervolgens ontwikkelen, en hoe ze zich verhouden tot eventuele mentale en emotionele aspecten van de aandoening. Soms kunnen zelfs hele kleine veranderingen al goed worden waargenomen.

Magneetveld

Tijdens de ongeveer 15 minuten die een gemiddelde MRI-scan duurt, ligt een patiënt of proefpersoon in een grote cilindervormige magneet. Een krachtig statisch magneetveld zorgt ervoor dat atomen in het lichaam (bijvoorbeeld in de hersenen) in dezelfde volgorde gaan staan. Verschillende soorten atomen trillen mee (‘resoneren’) met verschillende magneetveld frequenties.

Door een tweede magneetveld met een andere richting dan het statische magneetveld herhaaldelijk aan en uit te zetten zullen sommige atomen zich aanpassen aan de richting van dit tweede veld en gaan trillen met de bijbehorende frequentie. Op het moment dat dit tweede veld uit gaat zullen de atomen die zich naar dit veld hadden gericht terugschieten naar de oriëntatie van het statische magneetveld. Dit terugschieten zorgt voor het signaal dat de MRI scanner kan omzetten naar een plaatje. Doordat verschillende weefsels verschillende soorten atomen bevatten zijn ze op MRI scans te onderscheiden door een verschil in intensiteit. Weefsel met veel water en vet zorgt voor lichte plaatjes, terwijl weefsels met weinig of geen water, zoals bot, donker worden weergegeven.

Vezelbanen

Een andere vorm van MRI-scans kan de vezelbanen die hersengebieden met elkaar verbinden in beeld brengen. Deze techniek, die ‘diffusion tensor imaging’ heet, meet de diffusierichting van water in de hersenen. Bij vezelbanen is deze diffusie sterker in de richting van de vezelbaan dan in de richting die daar van afwijken. Hierdoor kunnen de verbindingen tussen gebieden gedetailleerd in beeld gebracht worden.

Met MRI kan een virtuele doorsnede van het lichaam gemaakt worden in iedere mogelijk richting. Dit is vooral handig is bij het bestuderen van de hersenen en ruggengraat. Tumoren kunnen zo snel en precies worden opgespoord en in kaart gebracht. Ook kunnen mogelijke beschadigingen ten gevolge van een hersenbloeding al in vroeg stadium worden ontdekt zodat de juiste behandeling vroeg gestart kan worden als het de grootste kans op succes heeft.

Deze tekst is een vertaling van een artikel van BrainFacts.org
Vertaling: Chris Klink
Afbeelding: Marieke de Lorijn