Menu

Gezichtsblindheid

Hoe onze hersenen gezichten wel of niet herkennen

Stel je eens voor dat je je vrienden en familie niet kan herkennen tussen alle andere gezichten in een mensenmassa. Of dat je zelfs jezelf niet herkent als je in de spiegel kijkt. Naar schatting heeft ongeveer één op 50 mensen dit probleem, dat bekend staat als prosopagnosie of gezichtsblindheid.

Voor sommige mensen is hun gezichtsblindheid aangeboren. Ze ontwikkelen eenvoudigweg nooit het vermogen om gezichten te herkennen. Voor anderen is hun gezichtsblindheid het gevolg van een ziekte of ongeluk. Hierdoor kunnen ze gezichten die ze ooit kenden plotsklaps niet meer herkennen.

Wetenschappers willen graag weten hoe de hersenen van mensen met gezichtsblindheid verschillen van de hersenen van mensen die hier geen last van hebben. Met deze informatie hopen ze beter te begrijpen welke informatie ons brein gebruikt om gezichten te herkennen. Dit moet dan uiteindelijk weer leiden tot een beter begrip van deze stoornis die voor patiënten vaak tot vervelende sociale situaties kan zorgen.

Gezichtsherkenning

Het herkennen van gezichten speelt namelijk een belangrijke rol in de sociale interacties tussen mensen, maar ook voor andere sociale dieren. Het is niet alleen belangrijk voor het herkennen van anderen, maar we halen ook veel informatie uit het gezicht over bijvoorbeeld stemming, of waar iemand zijn of haar aandacht op heeft gericht.

gezichtsblindheid
Bron: Pixabay

Onderzoek naar gezichtsherkenning laat zien dat de hersenen gezichtsinformatie anders verwerken dan visuele informatie over andere objecten. Zo is het voor mensen bijvoorbeeld veel moeilijker om gezichten te herkennen of onthouden als deze ondersteboven worden getoond. Dit geldt niet, of in veel mindere mate, voor andere objecten. Mensen zijn ook veel beter in het herkennen van delen van een gezicht, zoals een neus, als deze wordt getoond met de rest van het gezicht erbij. Ook dit effect is er niet voor andere objecten. De ramen van een huis worden bijvoorbeeld net zo goed waargenomen zonder dat het hele huis er omheen wordt getoond. Het feit dat mensen met gezichtsblindheid vaak geen moeite hebben met het herkennen van andere objecten suggereert ook dat de hersenen specifieke mechanismen hebben voor het herkennen en verwerken van gezichten.

Met hersenscans zijn er gebieden gevonden in de hersenen die selectief betrokken lijken bij waarnemen van gezichten. In de hersenen van volwassenen is er bijvoorbeeld een netwerk van bepaalde hersengebieden waar sterkere activiteit is bij het kijken naar gezichten dan bij het kijken naar andere objecten.

Op zoek naar nieuwe aanwijzingen

Het latere ontstaan van gezichtsblindheid wordt vaak gelinkt aan schade in de betrokken hersengebieden, maar wetenschappers beginnen ook steeds beter te begrijpen hoe de aangeboren vorm van gezichtsblindheid ontstaat. Door mensen met aangeboren gezichtsblindheid te bestuderen hopen zij inzicht te krijgen in de hersenmechanismen die verantwoordelijk zijn voor het herkennen van gezichten en andere objecten. Zo blijkt bijvoorbeeld dat mensen met aangeboren gezichtsblindheid vaker dan gemiddeld familieleden hebben die ook moeite hebben met het verwerken van gezichtsinformatie. Dit zou erop kunnen wijzen dat er een genetische component is die een rol speelt in de stoornis.

Er is nog geen behandeling tegen gezichtsblindheid. Mensen met gezichtsblindheid leren vaak om voor hun gebrek te compenseren door hun aandacht te verplaatsen naar andere kenmerken waar ze iemand aan kunnen herkennen, zoals de vorm van het lichaam of het kapsel.

Meer informatie

Deze tekst is gebaseerd op een artikel van BrainFacts.org – Society for Neuroscience
Top afbeelding: Adobe Stock.
Vertaling: Chris Klink

Lees ook