Menu

‘Het is fascinerend hoe belangrijk slaap is en hoe lastig slaapproblemen zijn’

Interview met Tom Bresser, onderzoeker in de groep ‘Visie & Cognitie’

Je slaapt ongeveer een derde van je leven. Het mag dus duidelijk zijn dat een goede nachtrust belangrijk is om goed te functioneren. Dit merk je zelf al wanneer je twee nachten achter elkaar slecht en/of te weinig slaapt. Hierna voel je je waarschijnlijk duffer, kun je je minder goed concentreren en zijn alle mensen om je heen ineens een stuk irritanter. Nacht drie ga je dus maar wat eerder naar bed zodat je je daarna weer de oude voelt.

Helaas werkt het niet voor iedereen zo. Twintig tot vijfentwintig procent van de Nederlanders geeft aan niet goed te slapen (bron). Een deel van deze mensen lijdt aan insomnia. Dit betekent dat iemand structureel slaapproblemen heeft en ook overdag minder goed functioneert. Alleen hebben deze slaapproblemen geen duidelijke oorzaak, zoals bijvoorbeeld andere medische of psychologische aandoeningen. Het lab van Eus van Someren doet hier onderzoek naar. Zo ook promovendus Tom Bresser. Tijdens zijn master Neuroscience and Cognition aan de Universiteit van Utrecht, liep hij al stage bij het Nederlands Herseninstituut in dezelfde groep waar hij nu zit. In zijn onderzoek richt hij zich vooral op de witte stof in de hersenen en de link met insomnia.

“Het zou ideaal zijn als slaaptherapie emotionele klachten kan voorkomen”

Waarom doe je onderzoek naar slaap?

Slaap is heel interessant omdat het een heel groot subjectief onderdeel heeft. Je hebt mensen die meer dan gemiddeld slapen maar die wel het idee hebben dat ze alleen maar wakker hebben gelegen en die zijn ook echt heel moe. Je hebt ook mensen die heel weinig slapen maar die geen slaapproblemen ervaren. Misschien gebeuren er een hoop dingen in de hersenen die we nog niet kunnen zien. Daar zijn we ook veel mee bezig. Bij sommige mensen die in een diepe slaap zitten, zie je dat er toch kleine onderbrekingen zijn wanneer je heel erg inzoomt op de hersenactiviteit tijdens die slaap. Dit zijn de mensen die het gevoel hebben dat ze slecht slapen. Als je een video bekijkt van iemand die hier de hele nacht is geweest en die de volgende ochtend aangeeft heel slecht te hebben geslapen, dan zie je gewoon iemand die ligt te slapen. Maar op een onbewust, nu nog onzichtbaar niveau, gebeurt misschien heel veel. Dat soort dingen zijn fascinerend’.

Wat onderzoek je nu?

‘Ik vind breinstructuren en- functies heel erg interessant. En dat kun je in mensen vooral door middel van MRI onderzoeken. Ik ben een beetje blijven hangen in het onderwerp van mijn stage, dus ik kijk naar de witte stof bij mensen die slecht slapen en vergelijk dit met witte stof bij mensen die wel goed slapen. Hierbij probeer ik ook de vraag oorzaak/gevolg te beantwoorden. Dus heb je veranderingen in je hersenen omdat je slecht slaapt of slaap je slecht omdat je net andere hersenen hebt dan iemand die wel lekker slaapt? Ik hoop dat ik die vraag kan beantwoorden, want dat soort kennis kan weer helpen bij het ontwikkelen van therapieën en/of preventie van slaapproblemen. Eén van de vragen is ook of we door het verlichten van slaapproblemen ook emotionele klachten kunnen voorkomen. Want slaapproblemen gaan vaak gepaard met emotionele problemen zoals depressie en angstklachten. Dus als je het een hebt, heb je een grotere kans op het andere. We willen weten of slaaptherapie de kans op emotionele klachten verkleind. Dat zou het ideale plaatje zijn’.

Hoe gaat zo’n onderzoek in zijn werk?

‘Ons lab heeft erg goede lab-faciliteiten. Daarnaast werken we samen met het Spinoza Centre for Neuroimaging, daar worden mensen gescand. We hebben net een groot onderzoek afgerond waarbij van mensen eerst een MRI-scan werd gemaakt. Vervolgens bleven ze die nacht in het lab slapen. Tijdens die nacht kregen ze een soort badmuts op zodat we constant de hersenactiviteit konden meten, samen met nog een aantal andere plakkertjes om de hartslag en beweging te meten. De volgende ochtend mochten ze na een ontbijtje weer naar huis. Een deel van die mensen hebben we verschillende therapieën gegeven en werden uitgenodigd om na zes weken terugkomen. Vervolgens hebben we eenzelfde MRI scan van ze gemaakt. Daarmee kunnen we kijken of er iets veranderd is in het brein. Deze mensen gaan we de komende tijd ook nog volgen. Zo krijgen ze een horloge opgestuurd waarmee we kunnen kijken hoe actief ze zijn en waarmee we hun slaap kunnen meten door te zien hoeveel ze bewegen. Uiteindelijk volgen we deze mensen een jaar lang om zo ook de effecten op lange termijn te bestuderen’.

Waarom is het belangrijk dat dit onderzocht wordt?

‘Ik vind het altijd fascinerend hoe belangrijk slaap is en hoe lastig slaapproblemen zijn. We weten niet niks van slaap maar het is wel lastig om het echt goed te begrijpen. Zeker bij insomnia waarbij er geen duidelijke oorzaak is. Je kunt wel willekeurige therapieën gaan proberen maar ik denk dat je beter eerst kunt zorgen dat je de oorzaak begrijpt. Onderzoekt naar waar in de hersenen de activiteit bijvoorbeeld anders is bij slaapproblemen kan dan helpen om gerichter op zoek te gaan naar therapieën. Ook hoop ik dat dit onderzoek kan helpen om mensen meer inzicht in hun slaapproblemen te geven’.