Menu

De ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson is een ongeneeslijke hersenaandoening die relatief vaak voorkomt. In 2019 werden 52.900 mensen met parkinsonisme geregistreerd bij de huisarts. Het gaat hier om alle vormen van parkinsonisme, waarvan de ziekte van Parkinson het meest voorkomt. De aandoening begint meestal op latere leeftijd (tussen 50 en 60 jaar). Toch is een klein deel van de patiënten, ongeveer 10%, jonger dan 40 jaar. De ziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan de stof dopamine.

Patiënten hebben vaak last van trage bewegingen, spierstijfheid, moeite met lopen en met het bewaren van het evenwicht. Veel mensen met deze ziekte krijgen ook last van trillingen, een tremor. Naast bewegingsstoornissen kan parkinson ook veranderingen veroorzaken in andere hersenfuncties wat leidt tot gedrags- en cognitieve problemen. Zo wordt het lastiger om informatie op te nemen en kun je bijvoorbeeld moeite hebben om je aandacht ergens bij te houden. Daarnaast kun je ook last krijgen van een depressie of slapeloosheid.

Wat gebeurt er in de hersenen?

Op het celniveau is de ziekte van Parkinson het resultaat van het verlies van cellen die dopamine produceren in het hersengebied dat de substantia nigra (de zwarte kern) heet. Dopamine is een boodschapper in de hersenen die het mogelijk maakt voor zenuwcellen om met elkaar te communiceren. Het is belangrijk voor bepaalde functies van het zenuwstelsel, zoals beweging, genot, aandacht, stemming en motivatie. Een te kort zorgt er dus voor dat er problemen ontstaan met deze functies.

Schematische tekening van een gezonde zenuwcel die dopamine afscheidt aan de linkerkant en een zenuwcel van patienten met de Ziekte van Parkinson waarin minder dopamine aanwezig is
Dopamine verlies bij de ziekte van Parkinson

Er moet wel een groot aantal cellen, zo’n 40 procent, verloren gegaan zijn voordat er symptomen zichtbaar worden. Dit kan betekenen dat de hersenen mogelijk een manier hebben om de symptomen lange tijd af te houden. Uiteindelijk laten die mechanismen het afweten, of het verlies aan cellen bereikt een kritiek punt, waarna de hersenen dat niet langer kunnen compenseren.

Oorzaken

De oorzaak van parkinson is nog niet bekend. Wel zijn de meeste onderzoekers het er over eens dat zowel erfelijke als omgevingsfactoren bijdragen aan het te kort aan dopamine. Bij de meeste patiënten kan niet één duidelijke oorzaak aangewezen worden.

Hoewel de meeste gevallen van parkinson niet op erfelijkheid gebaseerd lijken, zijn er bepaalde situaties waarin erfelijke factoren wel een rol spelen. Dit is meestal het geval wanneer er sprake is van parkinson op jonge leeftijd. Onderzoek heeft ook aangetoond dat afwijkingen in bepaalde genen leiden tot een grotere kans op het ontwikkelen de ziekte.

Ook omgevingsfactoren spelen een rol in de ontwikkeling van de ziekte. Zo is er een verband tussen het ontstaan van parkinson en het wonen en werken in een omgeving waar veel pesticiden worden gebruikt, zoals op boerderijen of in een omgeving waar wordt gewerkt met zware metalen.

Onderzoek naar Parkinson

Onderzoeken hebben aangetoond dat er in de zwarte kern van parkinson-patiënten een grote hoeveelheid van het RGMa eiwit aanwezig is. Dit eiwit is verantwoordelijk voor het maken van zenuwvezels en verbindingen tussen zenuwcellen. Een team van onderzoekers onder leiding van Joost Verhaagen brachten een grote hoeveelheid RGMa eiwit aan in de zwarte kern van gezonde muizen. Dit leidde er toe dat de motoriek van de muizen sterk werd verstoord en ook stierven zenuwcellen in de zwarte kern af net zoals bij de ziekte van Parkinson. “Het lijkt erop dat een teveel van het RGMa eiwit bij parkinson-patiënten de verbindingen tussen dopamine producerende cellen en andere zenuwcellen aantast en zo het afsterven van deze cellen tot gevolg heeft”, legt professor Verhaagen uit.

Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen of het uitschakelen van dit eiwit van kan helpen om parkinson te behandelen. Wil je dit onderzoek steunen? Word vriend en steun hersenonderzoek:

Steun hersenonderzoek

Deze tekst is gebaseerd op een artikel van BrainFacts.org – Society for Neuroscience.

Lees ook