Menu

‘Wij onderzoeken de mogelijkheden om beschadigd zenuwweefsel te herstellen’

Wanneer je je nagels knipt, worden ze vanzelf weer lang. Wanneer je in je vinger snijdt, heelt de snee weer. Het lichaam is dus in staat zichzelf te herstellen bij schade. Echter is er één grote uitzondering. Namelijk het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel zorgt ervoor dat we kunnen voelen, bewegen, ademen, zien, en meer. Dit is mogelijk omdat door het hele lichaam zenuwcellen lopen die met elkaar verbonden zijn en signalen doorgegeven aan elkaar. Maar wanneer er een verbinding breekt, bijvoorbeeld door een ongeluk, herstelt deze verbinding zich niet meer en kunnen de signalen dus niet meer doorgegeven worden. Het gevolg hiervan is permanente schade of zelfs volledige verlamming. Iemand die onderzoek doet naar het herstellen van zenuwen, is Fred Winter, onderzoeker bij de Verhaagen groep. Door middel van gentherapie wordt geprobeerd zenuwcellen weer te laten groeien om zo beschadigd weefsel te herstellen.

Kun je uitleggen van gentherapie inhoudt?

‘Bij gentherapie wordt de genetische code, het DNA, aangepast. Wij doen dit door middel van zogenaamde virale vectoren. Dit houdt in dat we virussen gebruiken. Het klinkt misschien raar om opzettelijk een virus in te brengen maar alle schadelijke eigenschappen zijn eruit gehaald. Vervolgens worden de goede genen in het virus gezet. Dit virus wordt dan in het lichaam gebracht op de plek waar er schade is. Daar zal het virus een cel binnengaan en ervoor zorgen dat de “extra” genen in het DNA van de cel worden gezet. Op deze manier proberen we het DNA in de zenuwcellen zo te veranderen dat zenuwcellen opnieuw kunnen groeien”.

Wat is jouw project binnen dit onderzoek?

‘Gentherapie is een belangrijk onderwerp in onze groep. Maar het maken van die virale vectoren is niet zo simpel. Dus we zijn in de afgelopen jaren best wel succesvol geweest in het stimuleren van uitgroei van zenuwen maar we hadden er geen controle over. We konden bijvoorbeeld een groeifactor wel aanzetten in het zenuwweefsel en daarmee groei stimuleren maar we konden het niet meer uit zetten. Dit zou betekenen dat als de schade hersteld is, de zenuwen blijven groeien. Dat heeft meerdere nadelige bijeffecten. Zo ontstaan er ophopingen de uiteinden van zenuwcellen. Dit zorgt voor enorme verdikkingen en dat wil je niet. Daarnaast is gebleken dat een langdurige activatie van sommige groeifactoren zorgt voor gewichtsverlies.

We hadden daarom behoefte aan vectoren die je ook van buitenaf aan en uit kunt zetten. En dat is waar ik nu onderzoek naar doe. We willen de vector dus aan én uit kunnen zetten, net zoals je een tv aan en ook weer uit kunt zetten met een afstandsbediening. De biologische “afstandsbediening” die we in dit geval gebruiken, is een bepaald antibioticum, doxycycline. Met andere woorden, wanneer we dit antibioticum op wat voor manier dan ook aanbieden, dan zal het virus áán of juist uit worden gezet. Wanneer wij doxycycline geven staat het gen aan, zodra we stoppen, gaat het gen uit. Dit is alleen minder makkelijk dan het lijkt. De moleculaire schakelaar die we met het antibioticum kunnen bedienen bestaat namelijk uit eiwitmoleculen die oorspronkelijk uit bacteriën komen. Wanneer je die bacteriële eiwitten tot uiting brengt in een proefdier of later misschien in een patiënt, dan zijn dat lichaamsvreemde eiwitten. Daar krijg je natuurlijk een immuunrespons tegen. Het lichaam tolereert die eiwitten niet. Dus een belangrijk deel van mijn project is hoe we dat stukje van dat bacteriële eiwit zo kunnen verbergen dat het niet wordt herkend door het immuunsysteem’.

Waarom is het zo belangrijk dat hier onderzoek naar gedaan wordt?

‘Zenuwschade veroorzaakt een hoop problemen en heeft een grote impact op het leven van iemand. Bij het Nederlands Herseninstituut hebben we de technieken om te onderzoeken wat hiertegen gedaan kan worden maar dit kost heel veel tijd en inzet. Er zijn zeker al grote stappen gezet. In het verleden was het een kritisch punt of we ooit in staat zouden zijn om met dit type virussen te werken in patiënten. Inmiddels zijn er al vele klinische studies gedaan en zijn er ook al producten op de markt. Maar specifiek zenuwgroei stimuleren zonder bijwerkingen, dat is nu nog toekomstbeeld. We zijn goed op weg maar we zijn er nog niet. Hiervoor is meer onderzoek hard nodig. Het zou fantastisch zijn als je het tot de kliniek kunt krijgen en echt patiënten kunt helpen. Daar doe je het voor en je hoopt natuurlijk dan ook dat dat te bereiken is’.