Menu

Het mysterie van de verloren fossielen

 

Het Herseninstituut was vanaf het begin een zeer internationaal georiënteerd instituut, waar vele buitenlanders als gastonderzoeker werkten, terwijl de eerste directeur, Prof. Dr. C.U. Ariëns Kappers tevens periodes als gasthoogleraar werkzaam was aan diverse buitenlandse universiteiten, zoals in Beiroet en in het Beijing Union Medical College, waar hij in 1923-1924 werkte.

1923/24 Beijing Union Medical College met de medische studenten (Prof. C.U. Ariëns Kappers met lichte jas en Prof. Councilman, Harvard, met stok)

 

We staan hier voor dezelfde poort van de afdeling Anatomie van Beijing Union Medical College met de organisatie van het eerste Prader-Willi congres in China, november 2005.

Er waren in die tijd in heel China slechts 2000 studenten Geneeskunde. Prof. Kappers moest in Beijing hersenanatomie doceren, waarvoor hij uit het Wilhelmina Gasthuis, de voorloper van het AMC in Amsterdam, 50 goed verpakte hersenen had verscheept naar China. Bovendien moest hij histologieonderwijs geven van alle organen, iets waar hij zich 15 jaar niet meer mee bezig had gehouden. De tijd op de boot van Marseille naar Shanghai gebruikte hij om zijn kennis bij te spijkeren. De poort, waar hij op een foto met zijn studenten voor staat, en het Anatomisch Laboratorium daarachter, waar hij gewerkt heeft, inclusief de snijzaal en de groene daken met geglazuurde dakpannen die hij zo mooi vond, zijn nog volledig intact gebleven temidden van het enorme nieuwe ziekenhuiscomplex.

Vanuit Beijing Union Medical College vonden in die tijd onder leiding van de Canadees Professor Davidson Black en met fondsen van de Rockefeller Foundation de opgravingen plaats in de grotten nabij Beijing die geresulteerd hebben in de beroemde vondsten van een groot aantal fossielen van de “Beijingmens”, de Sinanthropus Pekinensis, die zo’n 504.000 tot 300.000 jaar geleden leefde rond de “Dragon Bone Hill”. Dit was een kalksteen groeve waar eeuwenlang fossiele botten zijn verzameld voor de Traditionele Chinese Geneeskunde. De koolstofsporen laten zien dat deze Homo erectus reeds vuur gebruikte.

Na de communistische overwinning in 1949 werden alle partijkaderleden verplicht naar deze grot in Zhoukoudian te gaan, aangezien deze plaats gezien werd als de wieg van de Chinese beschaving, ‘de klasseloze oermaatschappij waar nog geen uitbuiting bestond’. De weg naar deze grotten was jarenlang de enige asfaltweg buiten Beijing. Het is echter helemaal de vraag of de moderne Chinese mens van deze Homo erectus afstamt. Veel waarschijnlijker is dat de moderne mens die zo’n 60.000 jaar geleden uit Afrika vertrok deze Homo Erectus heeft verdrongen. Anderzijds heeft er waarschijnlijk ook een zekere mate van lokale vermenging plaatsgevonden, zoals in Europa ook met de Neanderthalers is gebeurd.

Kappers heeft in 1924 nog geprobeerd om in Haarlem Prof. Davidson Black in contact te brengen met Dr. Eugène Dubois, de Nederlandse KNIL-arts, die in 1891 de fossielen van “de Javamens”, de Pithecanthropus erectus, in het toenmalige Nederlands-Indië had gevonden, om deze twee zo belangrijke evolutionaire vondsten te vergelijken. Het samenbrengen van deze geleerden mislukte echter totaal vanwege de paranoïde instelling van Dubois, die als de dood was dat iemand er met zijn resultaten vandoor zou gaan. Kappers en Davidson Black kwamen voor niets naar het Teylers Museum in Haarlem waar de fossielen in een kluis werden bewaard. Dubois was reeds naar zijn buitenhuis in Limburg afgereisd. Hij had de amanuensis opdracht gegeven hen alleen de gipsafgietsels van de fossielen te laten zien, maar die hadden ze zelf ook al. De originele fossielen van de Javamens zijn nu voor iedereen te zien in een glazen kastje in het museum Naturalis in Leiden.

 

K3. Model van de Beijingmens (Homo erectus) afdeling Anatomie van het Beijing Union Medical College.

Davidson Black overleed in 1934 op 50-jarige leeftijd in Beijing, toen de opgravingen nog volop aan de gang waren. De vele fossielen van de Beijingmens waren verpakt in kisten die in 1941, op de hectische dag na het bombardement op Pearl Harbor, in Beijing door Amerikaanse mariniers op een trein zijn gezet met het doel ze (en tegelijkertijd henzelf) China uit te krijgen naar veiliger oorden. De mariniers werden onderschept en krijgsgevangen gemaakt door de Japanners die Beijing bezetten. De Japanners lieten de kisten met botten langs het spoor staan. Niemand weet waar ze uiteindelijk zijn gebleven. De Japanse keizer heeft verklaard ze niet in zijn bezit te hebben. Het enige dat rest in de afdeling Anatomie van het Beijing Union Medical College zijn foto’s van de opgravingen, een kopie van een schedelkap en een model van de Beijingmens dat opvallende gelijkenissen vertoont met de huidige mens.

Opeens kwam er hoop de fossielen toch op te kunnen sporen toen geheimgehouden Amerikaanse stukken openbaar werden die claimden dat de fossielen uit Beijing wellicht aan boord waren van een Japans stoomschip, de Awa Maru. Het schip was aan het einde van de oorlog onderweg als hospitaalschip en onder bescherming van het Rode Kruis met eten voor de Amerikaanse en geallieerde krijgsgevangenen in Japan. Maar de Japanners zouden ook van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om in Singapore Chinese kostbaarheden aan boord te brengen. Het zou gaan om een waarde van miljarden dollars aan goud, platina, diamanten en mogelijk ook de fossielen van de Beijing mens, die voor het laatst misschien gezien waren in Singapore. Andere bronnen hadden het slechts over een lading nikkel en rubber. De Amerikaanse vloot wist dat dit schip ongehinderd naar Japan door moest kunnen varen. De enige die deze boodschap niet had ontvangen was de Amerikaanse duikbootkapitein van de USS Queenfish. Hij dacht dat de Awa Maru een torpedojager was en torpedeerde het schip op 1 april 1945 in de wateren van de Straat van Taiwan. Er waren 2004 mensen aan boord. Slechts één overleefde de ramp, Kantora Shimoda, de persoonlijke steward van de kapitein. Het was de derde keer dat hij de enige overlevende van een getorpedeerd schip was. De commandant van de Amerikaanse onderzeeër, Charles Elliott Loughlin, werd voor de krijgsraad gebracht wegens verwijtbaar plichtsverzuim en het niet opvolgen van een bevel van een meerdere. Deze aanklacht werd verworpen. De krijgsraad vond hem echter wel schuldig aan onachtzaamheid en hij kreeg een schriftelijke waarschuwing van de Secretaris van de Navy.

In 1980 zijn de Chinezen een 5 jaar durende en 100 miljoen dollar kostende bergingsoperatie begonnen om de schatten in de Awa Maru te bergen. Er werd niets van waarde teruggevonden. Een her-analyse van alle berichten uit die periode maakte duidelijk dat het goud dat de Awa Maru aan boord had gehad in Singapore uitgeladen was. Van de fossielen van de Beijingmens is er nog geen spoor….